We dwalen dieper het bewustzijn in, voorbij de lichten en geluiden in het Goffertpark, voorbij de kunst. Want net als ieder jaar werken we met ons Radboud Reflects-programma samen met lokale wetenschappers die via hun fascinerende onderzoek dieper ingaan op het thema van Schemerlicht. Dit jaar zijn dat Maureen Minnema, Dr. Tessa van Leeuwen, Dr. Laura de Vos en Dr. Sándor Chardonnens. We spraken ieder van hen over hun onderzoek en hun gedachten over het (menselijke) bewustzijn.

Het bewustzijn als je verbinding met de wereld
Het is veel van ons al eens overkomen: je maakt iets mee wat je niet kan verklaren, iets met een mysterieuze en zelfs mystieke kwaliteit, en kan die ervaring aan niemand uitleggen zonder tegen twijfel of onbegrip aan te lopen. Spirituele of mystieke ervaringen worden regelmatig afgewezen met het tegenargument dat het niet waar kán zijn, of dat er iets mis moet zijn met degene die beweert het te hebben meegemaakt. Volgens cultuurwetenschapper Dr. Sándor Chardonnens is daar een duidelijke verklaring voor. Onze taal is simpelweg niet toereikend om gevoelens en ervaringen uit te drukken die buiten de grenzen van wat ons bewustzijn gewoonlijk als de waarheid erkent treden.
De taal die wij hanteren om de wereld te interpreteren is namelijk geijkt op de wetenschap. Meten is hierin weten; meetbare data en harde resultaten zijn tastbaar en echt. Maar iets als het menselijk bewustzijn, wat subjectief is, niet aan te wijzen en moeilijk te meten, vormt hierin een problematisch aspect. Maar volgens Chardonnens betekent het gebrek aan meetbare data niet dat bijzondere ervaringen buiten de gebruikelijke grenzen van ons bewustzijn niet nog steeds waardevol en echt zijn. Zelf onderzoekt hij o.a. het bovennatuurlijke, de omgang tussen mensen en geesten en de geschiedenis van de magie, dus weet hoe door de geschiedenis heen onze blik op de grenzen van het menselijke bewustzijn is veranderd. In het hier en nu heeft de datagerichte, wetenschappelijke manier van denken ons bewustzijn een harde grens opgelegd.

Ons bewustzijn, vertelt hij, ziet hij als onze manier om in verbinding te staan met de wereld om ons heen. Je bewustzijn openstellen voor ideeën en ervaringen die spiritueel of mystiek zijn en ook de onverklaarbare en haast magische aspecten van de wereld omarmen, zorgt voor een diepere en meer gegronde connectie met de wereld. Het openstellen is hierin een kernbegrip. We bevinden ons in een levende omgeving als levend wezen; echter kunnen we hierin ook leren het bewustzijn om ons heen, in de dieren, de aarde en natuurlijke fenomenen, erkennen. Ook als dit niet in data uit te drukken is. Hoe we dit doen? Sommigen doen het door de natuur in te gaan, zegt hij; sommigen gebruiken psychedelica. Hoe dan ook is het te trainen, net zoals iedere andere vaardigheid. De grenzen van ons bewustzijn liggen verder dan we in ons huidige, meetgerichte denkpatroon voor mogelijk houden.

Het bewustzijn van een levend ecosysteem
De manier waarop Dr. Sándor Chardonnens de verbinding met de natuurlijke wereld om ons heen omschrijft, komt niet uit de lucht vallen. Ook de breuk met deze band door een Westerse, meer analytische manier van de samenleving inkaderen klinkt bekend. In gesprek met Dr. Laura de Vos komt naar voren dat deze constatering ook binnen diens onderzoek veel speelt. De Vos specialiseert zich in Noord-Amerikaanse Inheemse Studies en verdiept zich o.a. in de wereldbeelden van inheemse volken die, vertelt De Vos, zoals iedere bevolkingsgroep, enorm van elkaar verschillen, maar die toch regelmatig één ding gemeen hebben: hun attitude richting de natuurlijke wereld waarin de mens leeft. Hierin staan de vier r’en centraal: Responsibility, Reciprocity, Relationality en Redistribution (Verantwoordelijkheid, Wederkerigheid, Verwantschap en Herverdeling).
De Westerse mens, vertelt De Vos, en dan met name de mens die leeft volgens dominante en vaak koloniaal en kapitalistisch ingestelde Westerse wereldbeelden, zet zichzelf actief buiten het ecosysteem waarin diegene zich begeeft. Dat betekent: de mens is volgens deze opvatting een losse entiteit die erkent dat er een ecosysteem is, maar besluit daar geen onderdeel van te maken door zichzelf centraal te stellen. Met andere woorden: we zijn geen onderdeel van de natuur. In feite staan we erboven en controleren we de natuur, of dat denken we te doen, door dammen te bouwen, bossen te kappen, de bodem van de zee stuk te trekken voor de visserij. Onze behoeftes komen eerst. Inheemse wereldbeelden, daarentegen, zien de mens als een klein onderdeel van een in balans functionerend ecosysteem waarin alles met elkaar in verbinding staat en alles in die zin ook een gelijkwaardige mate van bewustzijn heeft. En dat brengt een wederzijds respect en dus ook verantwoordelijkheid naar elkaar toe met zich mee.
Het andersoortig functioneren van het bewustzijn binnen deze denkwijze werkt tweeledig: allereerst vraagt het om bewustwording van je (niet-centrale) plek binnen de natuur. Ten tweede vergt een erkenning van het bewustzijn én de behoeftes van ieder facet van de ecologische wereld. Vaak, licht De Vos toe, hoor je Inheemse verhalen waarin planten, rivieren, dieren of bergen als bewuste entiteiten deelnemen als actieve personages in het verhaal. Wij hebben de reflex om dit te zien als een metaforische narratieve strategie, maar wat het eigenlijk suggereert is een mate van bewustzijn van de natuurlijke wereld, waarin wij ook worden geobserveerd en beïnvloed. We bewegen hierin van consumptie (wij consumeren de natuur voor onze eigen behoeften) naar wederkerigheid (wij doen iets voor de natuur en zij doen iets voor ons terug, zich bewust van de noodzaak van een evenredige en respectvolle relatie). Een simpel voorbeeld: wij bouwen geen dam waardoor de zalm de rivier niet meer in kan zwemmen. Als ruil zorgt de zalm voor een florerende populatie vis waardoor de mens genoeg te eten heeft, zonder het water helemaal leeg te moeten vissen.
Een laatste, belangrijke observatie: de Westerse mens organiseert diens bewustzijn volgens een lineaire tijd. Hierin ligt de nadruk op een stijgende lijn en aanhoudende groei – altijd meer, verder, hoger, beter, groter. Inheemse wereldbeelden daarentegen, organiseren het menselijk bewustzijn vaak volgens het idee van een spiraal: alles komt telkens terug, maar op een andere manier. Zo wordt het bijvoorbeeld ieder jaar lente, maar is het nooit dezelfde lente. De nadruk ligt hierin meer op het erkennen van je verbondenheid in die spiraal, het opnemen van je rol in je verwantschappen om een goed leven te verzekeren voor de generaties na je, terwijl je het harde werk van de generaties voor je erkent door het verder te zetten op jouw manier. Hierin draag je zorg voor het onderhouden en voortbestaan van de wereld om je heen, zodat de natuurlijke cyclus kan floreren zoals bedoeld. Het vraagt om een andere denkwijze, een andere inrichting van je bewustzijn.

Grenzeloos bewustzijn in onze dromen
Ergens waar dit oprekken van de grenzen van ons bewustzijn logisch en vanzelfsprekend is als ademen, is in onze dromen. Maureen Minnema is slaaponderzoeker en richt zich hierin voornamelijk op lucide dromen: dromen waarin we ons er bewust van zijn dat we aan het dromen zijn en in sommige gevallen zelfs controle hebben over wat er gebeurt. lucide dromen worden vaak levendig en gedetailleerd herinnerd. Er zijn veel verschillende theorieën waarom we dromen. Maar wat we wel weten is dat als mensen lucide dromen, vertelt Minnema, ze meestal als eerste proberen te vliegen. Want dat kan in de echte wereld niet. In andere woorden, de grenzen van wat ons bewustzijn in onze dromen voor mogelijk houdt zijn verlegd.
Door gebruik te maken van kleine, comfortabele EEG-apparaten wordt de hersenactiviteit van slapers gemeten. Van tevoren wordt met de deelnemers aan lucide droomonderzoek afgesproken een specifieke oogbeweging te maken in hun slaap zodra ze er bewust van zijn dat ze dromen. Via vooraf afgestemde signalen, zoals vibraties, geluiden en lichtflitsen, proberen de onderzoekers de slapers zich ervan bewust te laten zijn dat ze dromen. Zo kan een onderzoeker voor de deelnemer gaat slapen afspreken dat er rode lichtflitsen worden aangezet bij de slaper. Als diegene in diens droom rode lichtflitsen ziet, kan dat een signaal voor de hersenen zijn dat diegene droomt. En als vervolgens ook de oogbeweging wordt waargenomen, is het opwekken en waarnemen van een lucide droom gelukt.
Lucide dromen valt te trainen, legt Minnema uit. Het begint met het bijhouden van een droomdagboek; zodra je je dromen steeds helderder kan herinneren, ben je op weg om in staat te zijn lucide te dromen. Het is een aantrekkelijk idee om je dromen te kunnen sturen. Als je wakker bent, legt je bewustzijn je logischerwijs grenzen op die gebaseerd zijn op de limieten van onze fysieke wereld. Maar in je dromen bestaan die limieten niet. Je bewustzijn past zich hierop aan. Alles wat eerst niet mogelijk leek, is nu een optie: vliegen, je ene hand dwars door de andere steken, fantasiewezens zien. Als je ‘gewoon’ droomt, ben je je niet bewust van deze uitbreiding van mogelijkheden, maar in lucide dromen kun je met je grenzeloze bewustzijn bijsturen en uitproberen. Maar het begint met precies dat: bewust zijn.

Je bewustzijn en een andere realiteit
In een droom bevind je je in een andere dimensie, in een andere realiteit. Maar als je wakker bent, is wat je ziet echt. Toch ziet niet iedereen de ‘echte’ wereld op dezelfde manier. Dr. Tessa van Leeuwen vertelt over synesthesie, een extra of andersoortige verbinding in het menselijk brein waardoor er zintuigvermenging plaats kan vinden. Mensen met synesthesie kunnen de kleur van woorden zien, bijvoorbeeld, of geluiden proeven. Er vindt een extra zintuiglijke associatie plaats die een aanvullende laag aan de realiteit toevoegt. Mensen met synesthesie, zou gesteld kunnen worden, ervaren met hun bewustzijn de realiteit op een andere manier die niet voor iedereen toegankelijk is. In tegenstelling tot lucide dromen is synesthesie niet goed te trainen: je hebt het, of je hebt het niet.
Met je bewustzijn kader je de wereld in. Deze wereld ervaar je veelal via je zintuigen: je ziet, hoort, proeft, ruikt, voelt alles wat er gebeurt, waarop je er met de mogelijkheden binnen je bewustzijn een bepaalde logica in probeert te vinden. Met synesthesie word je je bewust van een kleur, geur, smaak of geluid dat er niet is, maar dat jij toch ervaart. Misschien is een bepaald woord altijd groen of smaakt een specifieke toonhoogte naar appelsap. Wat interessant is, vertelt Van Leeuwen, is dat mensen met synesthesie zich er wél bewust van zijn dat wat zij zien, voor anderen niet echt is, met andere woorden: dat synesthesie niet echt bestaat in de echte wereld. Zelf heeft ze ook synesthesie en ligt er een subtiele laag kleur over teksten die ze leest. Ze weet dat anderen die kleur niet zien, maar voor haar is het zichtbaar. In die zin zouden we kunnen spreken van een soort dubbel bewustzijn; het ervaren van de wereld en realiteit op een specifieke manier, comfortabel wetende dat bijna niemand het ook zo ziet. Maar op een bepaalde manier, stipt Van Leeuwen terecht aan, is dat voor iedereen zo.
Iedere mens is uniek en daarmee is ieder bewustzijn ook uniek. We ervaren de wereld allemaal anders. In het geval van synesthesie is het dan toevallig op een bepaalde manier wetenschappelijk aan te tonen: bij het ervaren van iets, bijvoorbeeld tijdens het lezen of het luisteren van muziek, kunnen we meten welke neuronen en hersengebieden actief zijn, dus ook wat voor soort informatie er wordt verwerkt in het brein. Wat we niet kunnen meten, is hoe die ervaring vervolgens is; alleen dat de ervaring er is. We kunnen nog niet letterlijk in iemands bewustzijn stappen. Zo kan Van Leeuwen uitleggen dat weekdagen voor haar een bepaalde kleur hebben, maar hoe dat vervolgens is, hoe het echt voelt om dat te ervaren, dat kan ze niet één op één overbrengen. Kunstenaars met synesthesie doen nog wel eens een poging, vertelt Van Leeuwen; voor hen is het vaak een esthetische verrijking van het leven. Maar we kunnen zelfs via hun kunst nog niet hun bewustzijn instappen om de ervaring compleet authentiek mee te krijgen. Dichterbij dan een artistieke interpretatie komen we niet.

Het bewustzijn in de kunst
Dit is uiteindelijk wat deze editie van het Schemerlicht festival ook probeert te doen: via een bijzondere samensmelting van kunst en een wetenschappelijke basis, het menselijk bewustzijn nieuwe betekenis geven. De dertien installaties in het Goffertpark trachten ieder op hun eigen manier het bewustzijn verder open te stellen. Of dat nou via dromen of hallucinaties gaat, via vermenselijkte techniek en natuurfenomenen of via artistieke vertalingen van rivieren of sterrenclusters: dit jaar opent Schemerlicht je bewustzijn. Wie weet dwaal, denk of droom je aan het einde van je wandeling wel heel anders.
Geschreven door Aafke van Pelt

